‘Het vuur dat ik bij docenten zie, doet echt wat met me’

NPRZ-Sanne-Nout

Werkers op Zuid: Sanne Nout van Gaan voor een Baan

Dagelijks werken de partners van het NPRZ om het op Zuid beter te maken voor de huidige en de nieuwe bewoners. Deze serie portretteert de mensen die zich inzetten voor een sterker Zuid. Deze keer: Sanne Nout van het project Gaan voor een Baan Zij stimuleert basisscholen op Zuid méér te doen aan loopbaanoriëntatie.

‘Veel kinderen op Zuid willen later iets worden met het woord business of management erin,’ weet Sanne Nout. ‘Dat klinkt namelijk alsof je er lekker rijk van wordt. De werkelijkheid is dat veel van die kinderen worden opgeleid voor werkloosheid. Dat klinkt hard, maar is helaas wel waar. In vakgebieden als techniek of zorg zijn hartstikke veel banen, maar die zijn minder populair. Door te laten zien dat je in die vakgebieden juist heel toffe beroepen hebt, kun je daar verandering in brengen. Laat kinderen zíen wat voor interessants er gebeurt in de haven, hoe de rechtbank er van binnen uitziet en hoe het eraan toe gaat op de spoedeisende hulp. En informeer ze over de kansen die ze hebben in die vakgebieden. Dán kunnen ze een goede keuze maken.’

Worden wat je wilt
Zelf groeide Nout op in Rotterdam-West. Met ouders die haar op het hart drukten later te gaan doen wat ze leuk vond. ‘Wat ik leuke beroepen vond, daar had ik ideeën over, want de volwassenen om mij heen hadden allemaal een beroep. Dat is voor best veel kinderen op Zuid helaas anders. Onlangs gaven we een groep leerlingen de opdracht om hun netwerk in kaart te brengen. We vroegen ze een boom te tekenen, met aan de takken de beroepen van hun familieleden en kennissen. Sommige kinderen leverden een leeg blaadje in. Simpelweg omdat niemand in hun omgeving werkt. Voor die groep kinderen is het van groot belang dat iemand ze meeneemt naar de haven en laat zien: dít gebeurt hier allemaal, en jij kunt hier later ook iets betekenen.’

Uitstapjes en bliksemstages
Op haar Vespa rijdt Nout heel Rotterdam-Zuid door, van de ene naar de andere basisschool, om met schooldirecteuren en docenten te praten. Ze vertelt hen over het belang van loopbaanoriëntatie op de basisschool en biedt concrete activiteiten aan die de school met leerlingen van groep 7 en 8 kan ontplooien. Die activiteiten variëren van uitstapjes en bliksemstages tot techniek- en zorgworkshops en sollicitatietrainingen. Gaan voor een Baan, heet het programma. ‘Op de ene school word ik met open armen ontvangen, op de andere is er wat meer scepsis,’ vertelt Nout. ‘Sommige directeuren beginnen te zuchten: vertel maar, wat moet ik nú weer? En daar heb ik ook wel begrip voor, ze hebben al zoveel op hun bord. Ik leg dan uit dat het niet ingewikkeld hoeft te zijn. Dat je in principe álles kunt ombuigen naar loopbaanoriëntatie. Ga je met de klas zwemmen? Dan kun je de beroepen die je in het zwembad tegenkomt, met je leerlingen bespreken.’

Mannen- en vrouwenberoepen
Nout vertelt over een experiment dat met een groep kleuters gedaan is. ‘De kinderen kregen ieder een stel kaarten met beroepen erop. Van bejaardenverzorger, electriciën en meubelmaker tot dokter, advocaat en architect. Vervolgens kwam er een persoon binnen, en moesten de kinderen het bijpassende kaartje omhooghouden. ‘Daaruit bleek hoe sterk het beeld van die kinderen al gevormd was over bijvoorbeeld typische mannen- en vrouwenberoepen. Dat een mevrouw met een hoofddoek de architect was, kon niemand geloven. Kun je nagaan wat dit zegt over de verwachtingen die ze van zichzélf hebben. Dat is precies waarom het zo belangrijk is dat kinderen, júist in de basisschoolleeftijd, gaan snappen: er zijn mogelijkheden. Ik hoor van docenten dat sommige kinderen helemaal uit hun schulp kruipen tijdens een bliksemstage, omdat ze iets ontdekken wat bij ze past. Dat is toch geweldig?’

Passie
Nout is altijd in ‘het sociaal-culturele domein’ werkzaam geweest, maar werkt pas twee jaar op Zuid. ‘Omdat hier nog zó veel ontwikkelruimte is, zit er heel veel energie. Daarom vind ik het leuk om hier te werken. De bevlogenheid, het vuur en de werklust die ik bij docenten zie, doet echt wat met me. Ik heb altijd een groot respect voor het onderwijs gehad, en dat is alleen maar gegroeid. Soms emotioneert het me, te zien hoe gepassioneerd de docenten met hun werk bezig zijn. Zoals die ene basisschooldirectrice die een betoog hield over kansenongelijkheid en de noodzaak om het tij te keren. En daar draag jij ook aan bij, zei ze toen ineens tegen mij. Poeh, die kwam binnen. Ik denk omdat ze benoemde waar het mij in the end om gaat: bijdragen.’